kaarsen

KAARSEN

Vroeger werden kaarsen hoofdzakelijk gebruikt in de kerk en thuis met Kerst. Deze kaarsen waren van bijenwas gemaakt. Later kwamen stearine en paraffine erbij als grondstof. De waxinelichtjes van Gouda gebruikte men alleen als theelichtjes!

‘t Fakkeltje is eind 1971 in Zutphen begonnen met de verkoop van waskaarsen en kerkkaarsen in combinatie met aardewerk van pottenbakkers en siersmeedwerk van Wim Jonkers. De kaarsen zijn geleidelijk aan het middelpunt geworden van de winkel.

Dat er in de loop der jaren het een en ander is veranderd in het gebruik van kaarsen is overduidelijk. Nederlanders houden van sfeer: nergens op de wereld worden er zoveel lichtjes aangestoken als in Nederland!

’t Fakkeltje heeft een zeer fraaie sortering waskaarsen, kerkkaarsen en door en door gekleurde dinerkaarsen in haar assortiment; uiteraard van goede kwaliteit.

Gebruiksaanwijzing

 

De kaars vraagt om een liefdevolle behandeling van haar bezitter.

 

Enige belangrijke raadgevingen hiertoe zijn:

• Houdt de smeltschotel (top) van de kaars met de vloeibare was altijd schoon.

• Laat de kaars zolang branden totdat de smeltschotel (top) van de kaars volledig met vloeibare was gevuld is.

• Brandt de kaars ongelijkmatig af, buigt dan voorzichtig de pit, tijdens het branden, naar de hoogste kant.

• Knipt de pit als de vlam walmt tijdens het branden met een schaar korter (tot op ca. 1 cm).

• Drukt van tijd tot tijd de weke kaarsenrand iets naar binnen.

• Dooft de kaars door de pit in de vloeibare was te dopen en richt haar dan weer licht gebogen op.

• Breekt de verkoolde pit nooit af als zij weer aangestoken wordt.

• Is de pit te kort, snijdt dan de kaars zo af, dat de lengte van de pit ongeveer 1 cm bedraagt.

 

De kaars zal u voor deze behandeling dankbaar zijn, haar licht zal u stralend vergezellen.

 

Bij het aansteken van een kaars verleggen we ons middelpunt buiten onszelf

 

Het branden van een kaars, of te wel het opsteken van een kaarsje doen we vaak met een bepaalde intentie. In de kerk, bij bruiloften en bij overlijden, rituelen en meditaties, maar ook voor de gezelligheid.

Tijdens onze vakantie als we een kerk bezoeken doen we 2 dingen: we steunen de kerk met het kopen van een lichtje en als we die aansteken zijn onze gedachten even bij personen die het moeilijk hebben, overleden zijn of iets van dien aard.

Het kaarslicht en de warmte ervan, gaan op in de ruimte en nemen als het ware onze gedachten mee naar verre oorden. Lopen we de kerk weer uit, dan brandt het kaarsje nog en gaan onze gedachten (intentie) verder door het universum.

Je zou kunnen zeggen, dat met het aansteken van een kaars wij ons middelpunt (centrum) verleggen. Het innerlijke licht en de innerlijke warmte (liefde) komen buiten je te staan en verbinden zich belangeloos (onvoorwaardelijk) met hen naar wie je gedachten uitgaan tijdens het ontsteken van de kaars.

 

We kunnen niet vaak genoeg een kaars ontsteken.